dinsdag 24 augustus 2010

Nederlander in Oeganda

Hoi allemaal 
onderstaande heb ik op 11 augustus al geschreven maar had problemen met het plaatsen op de blog... 


De tijd vliegt en inmiddels is het te lang geleden dat ik iets geschreven heb. De te beantwoorden emails stapelen zich op en ik kom niet veel verder dan het beantwoorden van die emails die werkgerelateerd zijn. Dus voor iedereen die nog op een antwoord wacht... sorry staat op mijn lijstje van dingen die ik nog wil doen.

Twee weken geleden zijn we verhuisd naar ons nieuwe appartement. De eerste dagen bestonden vooral uit schoonmaken. Niet dat het nou zo vuil was maar het was vooral erg stoffig. Hadden we net alles schoon, kwam ik s avonds terug van werken, lag alles weer onder een dikke laag stof. Nu was alles echter al uit dozen en werd ik niet blij van het aanzicht. Alles, inclusief computer, tv, kleding en boeken zat onder een dikke laag cementgruis. Ze zijn aan de buitenkant van het pand nog aan het werk en hadden een aantal dagen nodig om de cementvloeren en randen af te slijpen. Boven onze ramen hebben we luchtroosters die je niet kunt afsluiten en dus zat alles onder. En als je dat drie dagen achter elkaar overkomt word je daar behoorlijk geirriteerd van. Gelukkig is dat achter de rug en is het huis nu schoon. De meeste dozen zijn uitgepakt en ook de honden hebben hun plekje gevonden. Buiten en in de andere appartementen zijn ze nog wel aan het werk, maar daar hebben we behalve dat we het horen verder weinig last van. Boven ons is een meid uit Canada komen wonen, genaamd Cath, met een hondje, en ze vertrekt eind november weer. In het appartement naast ons is gisteravond een jongen ingetrokken, Nog geen idee waar hij vandaan komt, wel een donkere huidskleur maar geen Afrikaans accent.

Omdat we nu net buiten de stad wonen moet ik iedere ochtend met het openbaar vervoer. Ik heb verschillende opties:
  • 5-10 minuten lopen, dan in een bus springen voor 5 minuten (hoe meestal niet te wachten want er komt iedere 10 seconde wel een busje langs) en vervolgens weer 5 minuten achterop een motertaxi (bodaboda) of 20 minuten lopen. Dit is de goedkoopste optie.
  • Dan is er de mogelijkheid om na 5 minuten lopen meteen een bodaboda te nemen. Deze zijn snel (binnen 10 minuten ben ik op mijn werk), ik hoef niet met 18 anderen opgevouwen te zitten en zet me bij de voordeur van mijn werk af. Nadeel is wel dat ze iets duurder zijn...
  • Lopen naar mijn werk, duurt zo’n 40 minuten
Als ik veel tassen bij me heb (laptop, handtas, boodschappen) pak ik de bodaboda, anders probeer ik het met de eerste optie. Lopen naar stad doe ik wel in het weekend, maar niet om 7uur s morgens.
En dan komt mijn blanke karakter naar boven. Ik gebruik liever de wat duurdere comfortabele variant, dan het busje en een boda dat uiteindelijk omgerekend naar Nederland maar 7cent goedkoper is.... (en dat op de totale ritprijs van 40cent voor bus/bodaboda en 47 cent voor alleen bodaboda...) Dan komt mijn duiveltje op mijn schouder zitten en zegt: ‘Voor dit kleine verschil kun je het jezelf beter wat comfortabeler maken...’  Niks niet inburgeren en bewust omgaan met het geld dat je hebt. Hier is een rit van 47cent duur, zeker om alleen maar naar stad te gaan. Mijn collega’s snappen dan ook niet dat ik niet alleen het busje neem en de rest loop. Dan kost het namelijk minder dan 15 cent.
Tja Nederlandse luiheid zal ik maar denken. Ik heb besloten dat ik hier een fiets ga aanschaffen. Een vrouw hier die fietst.... dan is ze blank....
Maar met een fiets kan ik gaan en staan waar ik wil en hopelijk heb ik de kosten er met 3-6 maanden wel uit. (beetje afhankelijk van de prijs van de fiets die ik ga kopen. Kosten hier tussen de 60 en 150 euro) Bovendien kan wat lichaams beweging ook helemaal geen kwaad en vind ik het altijd wel lekker om s morgens een stukje te fietsen.

Verder ben ik anderhalve week geleden naar Kampala geweest voor mijn verpleegkundige registratie. Eerst moest het uitreksel uit het Nederlandse Big-register worden vertaald. Nou is de enige officiele vertaler die Nederlands kan momenteel in het buitenland en dus mocht ik mijn eigen documenten vertalen. Wel moest de vertaling officieel gemaakt worden en dus ging ik in Kampala eerst naar de Universiteit, Makerere University, afdeling talen.
Na de bomaanslagen van bijna een maand geleden zijn de veiligheidsmaatregelen erg streng, alles en iedereen dat het universiteitsterrein op wil wordt uitgebreid doorzocht en gefoullieerd. Gelukkig gaat het redelijk snel. Voor mij betekende het de eerste echte confrontatie met de strenge veiligheidsmaatregelen. In Jinja merk je er weinig van. De spanning was van de gezichten af te lezen, totdat de militairen die mij fouileerden en mijn tassen doorzochten vroegen waarom ik nou toch geen bom bij me had, ze begonnen zich zo onderhand wel te vervelen en het zou een leuk effect in het nieuws geven als een Nederlander een bom bleek te hebben... Ik durfde niet heel adrem te reageren, want je kunt hier al snel gearresteerd worden..., maar iedereen die het hoorde moest er om lachen... ‘Uhh tja sorry, verkeerde tas meegenomen..’

De universiteit hier is een stad op zich, met zelfs en eigen openbaarvervoersysteem, woningen en onderzoekscentra, erg veel faculteitsgebouwen en zelfs winkels en kroegen.
Nadat ik uiteindelijk het goede gebouw had gevonden was de erkenning van mijn vertaling zo gebeurd (een handtekening, een stempel en niet te vergeten een forse rekening van 10euro per pagina... en dan kreeg ik 50%korting omdat ik het zelf vertaald had).

Daarna naar een ander deel van de stad om mij de Raad van de Verpleegkundigen te komen. Daar alle papieren ingeleverd en een afspraak meegekregen voor de volgende dag, om officieel gehoord te worden door de raad.

Inmiddels was het laat in de middag en had ik nog geen slaapplek geregeld. Gelukkig heb ik veel contact met het Hospice in Kampala en ook zij hebben een guesthouse. Omdat het werkgerelateerd was kon ik er goedkoop overnachten en na een paar boodschappen te hebben gedaan eindigde mijn dag hier. De volgende ochtend werd ik om 8uur verwacht voor het gesprek bij de Raad (aan de andere kant van de stad). Collega’s hadden mij gewaarschuwd dat het verkeer een groot probleem is, vooral s morgens vroeg. Als ik om 8uur bij de Raad wilde zijn, moest ik toch echt wel om 6uur in de bus zitten.... Ik besloot het anders te doen. Om 7uur zat ik op een bodaboda (moter) en na een half uur dwars door alle files heen te hebben gecrossed bereikte ik veilig de Raad. Ruim op tijd. Veel mensen raden af om in Kampala op een bodaboda te stappen, want er gebeuren zeer vaak ongelukken mee, maar eerlijk gezegd was het voor mij ideaal. Want twee uur in de file in een volgepropte bus zitten is ook niet echt een comfortabele optie en bovendien gebeuren er ook dan vaak ongelukken en blijken de pasagiers klem te zitten...

Ruim op tijd was ik er dus en toen begon het wachten. Mijn afspraak stond om acht uur, maar nog niet iedereen van de Raad was gearriveerd. De uren kropen voorbij en mijn boek had ik uitgelezen. Uiteindelijk was ik om 12uur als tweede aan de beurt. Het gespek was kort, maar ging goed. Ik word als verpleegkundige erkend, maar ze weten niet waar ze mij in moeten delen... Ze weten niet precies wat de opleidingen in Nederland inhouden en dus ook niet welke authorisaties ik mag krijgen. Bovendien kennen ze hier nog geen oncologieverpleegkundigen en weten ze ook niet helemaal naar welke Oegandse specialisatie ze dit moeten vertallen. Kortom na 15 minuten stond ik zonder licentie weer buiten. Nu moet ik eerst in Nederland een uitreksel zien te krijgen van het curriculum van de opleidingen. Hoeveel uur welke theorie, hoe veel welke prijktijk, algemene doelen etc... en dat naturlijk in het Engels.
Mijn frustratie was erg groot. Twee dure dagen in Kampala, 4 uur wachten om na 15 minuten weer buiten te staan met de mededeling dat ik weer terug moet komen als ik alle informatie heb... en dus heb ik geen licentie en mag ik niet als verpleegkundige werken. Heel praktisch betekent dit dus dat ik geen contract kan krijgen en dus ook geen werkvergunning kan aanvragen. In minder dan een maand loopt mijn visum af... hopelijk is er voor die tijd een oplossing. Het bestuur van het hospice heeft in iedergeval aangegeven dat ik dan wel op een andere creative manier een tijdelijk contract krijg voor alleen administratieve functies of zo iets, maar ook daar wacht ik inmiddels al anderhalve week op.
Duidelijk is wel, dat ik met terugwerkende kracht vanaf juni salaris zal gaan krijgen. Hier ben ik blij mee, al weet ik ook nog niet hoeveel het zal zijn.

Terug uit Kampala was ik gefrustreerd en ontzettend moe. Zo moe dat ik een aantal keer bijna flauw viel. Zolang als ik bezig was ging het prima, maar zogauw ik rustig zat werd het zwart voor mijn ogen en ik had het idee koorts te hebben.
Na een nacht goed te hebben geslapen was het nog niet verbeterd en ik vermoedde iets anders dan alleen vermoeidheid. Malaria. En inderdaad, na een kleine test werd mijn vermoeden bevestigd. Ik had malaria.
Tijd dus om een stap terug te nemen en me een weekend thuis op te sluiten. Dat heb ik geprobeerd, maar ook Woody was volledig uit zijn humeur, waren de bouwvakkers bezig met schuren, slijpen en boren en tolde mijn hoofd van de medicijnen.
Ik heb op het punt gestaan mijn tas in te pakken en te vertrekken. Helemaal zat ik er doorheen. Wat heeft het voor zin hier te blijven, wat heb ik hier nou helemaal.... mag niet eens als verpleegkundige werken.

Het is bekend dat buitenlanders hier naar 6 tot 8 weken een dip krijgen. Alles is dan normaal geworden, het bijzondere is eraf en was het zand eerst zo mooi rood, nu is het vooral irritant en krijg ik het nauwelijks uit mijn kleding gewassen.
Mijn dip was dus vorige week. Helaas had het ook wel een behoorlijke aanslag op onze relatie. We wonen nu samen in een schitterend huis, hebben het goed samen, maar hebben ook onze eigen ruimte wel nodig. Allebei hebben we ons afgevraagd wat we nou eigelijk willen.
Inmiddels is de lucht weer opgeklaard, maar heb ik mijn draai nog niet helemaal teruggevonden. Is dit nu het leven dat ik echt wil? Ik mis mijn vrienden en familie in Nederland, ik mis de vanzelfsprekendheid van mijn werk, wat zou ik graag weer eens chemorecepten controleren en naar een bel lopen.

Twee weken terug is tijdens zijn jubuleumreis een Nederlandse Missionaris van Don Bosco, Harry Kanters, onverwachts overleden. Het was een grote schok, want twee dagen daarvoor was hij nog bij ons in het Hospice geweest. Alle Nederlanders uit de omgeving waren bij de herdenkingsdienst en ineens bleek hoeveel Nederlanders er op dat moment in Jinja waren. De meeste zijn op reis, een kleine groep blijft. Veel van hen kende ik al van vorige keren in Jinja, de paden van Nederlanders kruisen elkaar nou eenmaal makkelijk. Het was vreemd te zien dat iedereen, ook de mensen die gewoon op vakantie waren, naar deze dienst kwam. Het was een Nederlander in Jinja en dus kom je als mede-Nederlander. Vanaf een afstand bekeken vraag ik me af waarom wij als Nederlanders hier hetzelfde doen als alle buitenlanders in Nederland. Je zoekt elkaar op en raakt bevriend, terwijl je elkaar waarschijnlijk in Nederland niet eens zou hebben begroet. Met Nederlanders hier raak ik sneller bevriend dan met wie dan ook. Gelijk gezinden? Dezelfde taal? Hetzelfde gemis?
Deze week had ik een afscheidsetentje van de groep Nederlanders die een maand in Jinja heeft geholpen op verschillende projecten.. We aten Italiaans, klaar gemaakt door een Italiaanse vrouw die hier een klein guesthouse heeft. Het was erg gezellig, de Nederlandse humor was er, heerlijk eten en een oprecht afscheid. Het was een vertrouwde avond, en dat terwijl ik de meeste mensen niet eens kende.
Toen ik aan het eind van de avond thuis kwam en de buurkinderen hoorde roepen: ‘Mzungu, Mzungu... how are you?’ was ik meteen weer terug in Afrika.
Toen besefte ik dat ik dus niet meer terug ga. Dat ik mijn sociale leven hier moet gaan opbouwen. Ik heb inmiddels al gemerkt dat het lastig is, het cultuurverschil tussen mij en de lokale bevolking is groot. De manier waarop vriendschap hier gezien wordt is anders en nog niet zo vertrouwd, maar de vriendschappen die ik met Nederlanders aan ga zullen meestal van korte duur zijn...
Het is vreemd te constateren dat Nederlander zijn toch zo duidelijk in mij zit. Ik voel me met regelmaat een vreemde en zoek (onbewust) naar datgene ik herken van thuis. Waarom nodig ik een Nederlander wel uit om thuis eens wat te komen drinken, maar doe ik dat niet zo spontaan bij de lokale bevolking?
En toch de dip in een verblijf komt als al het vreemde vertrouwd en normaal is geworden. Ik eet nu graag pocho en bonen als lunch, mis de boterham met kaas helemaal niet zo veel meer en vind het heerlijk om tijdens het uitlaten van de honden alle Oegandese geuren, kleuren en geluiden in me op te nemen. Het brengt rust na een hectische dag. Ik vind het fijn om s avonds gezellig met Woody samen te eten, de dag te bespreken en een filmpje te kijken.
Ik mis Nederland niet, totdat ik ermee geconfronteerd word door Nederlanders, en toch zoek ik juist het vertrouwde Nederlandse op.
Tja een leven in Oeganda, maar momenteel wel duidelijk als Nederlander...

Veel liefs Rinty

1 opmerking:

  1. Hoi Rinty,
    prachtig en emotioneel verhaal weer. Sterkte daar in Oeganda.
    Fred

    BeantwoordenVerwijderen