maandag 22 november 2010

De dienstmeid, de ridder en het arme meisje.

In een land hier heel ver vandaan leefde eens.... een dienstmeid, een ridder en een arm meisje. Het klinkt als een sprookje, maar het is heel kort samengevat mijn leven van de afgelopen maand. Overigens wacht ik nog op de boze heks maar verder is het sprookje dat ‘mijn leven’ heet aardig compleet.

Waarschijnlijk kunnen jullie aan het begin van deze blog geen touw vastknopen. Even heb ik gedacht deze blog helemaal als een sprookje op te schrijven, maar ja dan moet ik nu wel heel creatief zijn en eerlijk gezegd ben ik dat op zondagaond half negen niet echt meer.
Woody is zoals wel vaker op zondagavond aan het schaken en na een heerlijk hete douche heb ik de tijd om eens rustig wat te schrijven.

Om te beginnen, hier gaat alles goed. Woody en ik hebben het erg naar ons zin in ons huisje en we zijn allebei druk bezig met vanalles en nog wat. vijf dagen per week vertrek ik smorgens naar mijn werk om s avonds rond 7uur de deur achter me dicht te trekken, en omdat het het einde van het jaar os werk ik meestal ook op zaterdag nog een volle dag. Reden voor Woody om als ik dan eens een keer een dag thuis ben, me van mij huishoudelijke taken af t houden. Nou klinkt dat helemaal niet erg, en ik hoor menigeen denken, ik wilde dat mijn man eens wat meer deed, maar tot een maand terug dacht ik het zelfde. Want als ik het huishouden niet doe, betekent dat nog niet dat woody het volledig overneemt. Nee in Oeganda is daar een andere oplossing voor; een dienstmeid. Geen schoonmaakster voor twee halve dagen in de week, nee echt een inwonende dienstmeid. Zeven dagen per week van 7uur smorgens tot 10uur savonds. Woody en onze buurman Godfrey hadden alles al helemaal uitgedacht en toen moesten ze mij nog overtuigen. Na lag protesteren heb ik me gewonnen gegeven en nu hebben we dus een dienstmeid. Ik voel me net een rijke vrouw van adel, groot landhuis, schoonmaakster, kok en budler, we hebben nu alles in een persoon. Gezamelijk dus met de buurman. Haar naam is Fatima, ze woont in onze garage en spreekt nauwelijks Engels, maar ze maakt geweldig schoon, zelfs mijn bed wordt iedere dag strakgetrokken en als ik haar niet binnen wil hebben hou ik gewoon de deur dicht. Eerst hadden we Eunice, een jonge meid die wilde werken zodat ze haar schoolgeld bij elkaar kon sparen. In de praktijk maakte ze echter nauwelijks iets schoon en sliep ze, keek ze film of at ze de koelkast van de buurman leeg. Maar met Fatima ben ik blij, al spreken we elkaar nauwelijks. Ze werkt erg hard en is onopvallend aanwezig. En gelukkig vind ze het niet erg als ik zelf kook, mijn boterhammen smeer en de afwas doe, want tja een dienstmeid... das niet helemaal mijn ding.

En nu ik me gedraag als een aristocraat hoor ik me ook in hogere kringen te begeven natuurlijk. En heel onverwachts kwam ik vier weken terug in aanraking met een heuse ridder. Nee, niet woody en ook niemand anders op een wit paard.
Ongeveer vier weken terug waren we uitgenodigd voor een groot feest. Gerard Picavet, een Nederlandse priester met wie ik inmiddels bevriend ben was op 17 oktober precies 40jaar in Oeganda. Groot feest dus. Hij heeft een mooi huis gelegen aan een waterval in de Nijl en in een suk gecultiveerd oerwoud. Daar gaf hij dus een groot feest, voor vrienden, familie en alle mensen uit de kerk en uit het dorp. Er was goed eten, traditionele Nederlandse spelen als touwtrekken en ringwerpen en Oegandese tradities zoals worstelen. Het was een geweldige dag die Gerard Picavet voor iedereen georganiseerd had. Als Nederlandse meiden in de modder touwtrekken geeft hier een hoop commentaar.

Wat Fr. Picavet echter niet wist is dat zijn verdiensten in Oeganda niet onopgemerkt zijn gebleven in Nederland. Gerard Picavet heeft ontzettend veel gedaan voor Oeganda en heel specifiek voor Jinja en Buyala (het dorp waar het feest was). Daarom kwam geheel als verassing de Nederlandse ambassadeur langs. Officieel als afgezand van de Nederlandse Koningin, om Gerard Picavet te ridderen in de Orde van Oranje Nassau. Het was bijzonder om dat mee te maken, en met alle aanwezige Nederlanders, in een oegandees oerwoud naast het Oegandese en het Basoga ook het Nederlandse volkslied te zingen.
Dus ik heb een dienstmeid en iedere zondag drink ik thee met een echte Nederlandse ridder.

En dan is het nog het arme meisje. Dat is een losstaand iets wat niets met het voorgaande te maken heeft.

Ik woon nu net buiten de stad in een gebied waar ik de enige blanke ben en de meerdereheid van de mensen arm is. Ons gebouw is omheind met een hoge muur de buitenwereld ontgaat je. Maar als je buiten de poort komt sta je in een modderig straatje. De huizen naast ons zijn niet klein, maar hebben weinig luxe, wel electriciteit maar geen stromend water. Iedere ochtend kom ik de buurkinderen tegen terwijl ze met jerrykannen met water zeulen. Soms doe ik een poging om ze te helpen, maar ik krijg ze zelf nauwelijks verplaatst. Een van onze buurkinderen heet Judith, ik denk dat ze een jaar of acht is en ze spreek nauwelijks Engels. Als ze me tegenkomt zegt ze altijd fijneavond. als het vragend is, dan vraagt ze hoe het gaat, anders gebruikt ze het als groet, ook smorgens om 7uur, “fijne avond?” “goed...” “Ok, fijne avond!”
Overigens verbaasde ze me vanmorgen toen ze zei: “mijn oom houdt zou veel van je, hij praat over niks anders.” Nou weet ik nog steeds niet of ik nou meer verbaasd ben over het feit dat ze een goede engelse zin zei, of over de boodschap...”
Maar goed Judith dus, spreekt normaal nauwelijks Engels, zeult dagelijks drie keer met jerrykannen water, loopt altijd rond in versleten kleding en is mijn buurmeisje met een heel lief gezicht en warme glimlach. Nu hebben ze bij haar thuis ook 4volwassen honden en wat krijg je dan, heel veel puppies.
Twee weken terug kwam Judith naar me toe gerend, met iets in haar armen. vier pupies. Hele kleine pluizige beestjes, wit met en zonder vlekken, zwarte met bruin, bruin met een zwarte straap op de rug... Ze wilde dat ik de puppies nam en accepteerde geen nee. Maar met drie honden hoefde ik er eigenlijk geen nieuwe pups bij.
Judith wilde me ook gaag het nest laten zien en dus ging ik met haar mee naar huis. Daar lagen 7 kleine mormeltjes op en onder elkaar. Te vertederend. Naar een gesprek te hebben gehad met haar oom (ja degene uit de Engelse zin) werd duidelijk dat hij ze niet kon onderhouden, er was simpelweg geen geld voor om eten te kopen als ze groter zouden zijn. Hij wilde ze niet bij de vuilnisbak achterlaten (wat hier vaak gebeurd) maar wist niet wat hij ermee moest doen. Totdat Judith naar mij kwam.

Om een lang verhaal kort te maken... heel fijn dus, van die schattige piepende bolletjes wol en een acht jaar oud, arm meisje met grote lieve ogen die je smeekt de puppies mee te nemen...
We hebben nu dus zes honden, twee grote van een jaar, een van 12 weken en drie van 4 weken. En de overige 4 puppies... die zijn terecht gekomen bij andere buren.
Gelukkig accepteren onze honden de pups zonder probleem, en gaat alles goed maar toen ze de eerste nacht heel de tijd jankte moest ik even aan Judith denken... fijne avond... grrrrr...

Tot zover mijn blog over de dienstmeid, de ridder en het arme meisje. Ik ga het zo afronden maar er is een ding dat ik jullie niet wil onthouden.

Woody heeft al lang plannen om een eigen sportschool te openen, maar het bleef bij dromen. Deze week hebben we echter statuten getekend bij de advocaat en per volgende week zijn we eigenaar van ons eigen bedrijf. In januari komt er een pand vrij dat we gaan opknappen en uiterlijk in februari gaat de sportschool open. We beginnen klein met groepslessen en een sauna, later zal er fitness apperatuur bijkomen, maar dat is voor nu nog onbetaalbaar.

Ik behoud overigens gewoon mijn baan bij het Hospice, Woody doet de sportschool, maar we zijn samen eigenaar. Het is leuk hier dingen voor te bedenken, plannen en uitzoeken. Dus als je zin hebt, per februari 2011, voor nog geen 80eurocent per les van een uur en 1,50euro voor een dagje sauna... Je vindt ons op YMCA aan de Kampalaroad, Jinja-town Oeganda.

Fijne avond!

veel liefs Rinty

Geen opmerkingen:

Een reactie posten